Instrumenten
Er zijn veel verschillende soorten instrumenten. Het gaat te ver om van alle instrumenten op te schrijven hoe ze aangesloten moeten worden. Er zijn pakweg drie mogelijkheden voor het aansluiten van instrumenten.
Instrumenten met ongebalanceerde output → DI
Instrumenten met gebalanceerde output → Rechtstreeks
Niet versterkte instrumenten → Microfoon
Onze eigen instrumenten
Tip
Als een instrument niet nodig is, kan deze achter de keuken op de tafel geplaatst worden. Zo staat hij netjes uit het zicht en hoeft er niet onnodig mee gesleept te worden.
DI-box (ongebalanceerd)
Een DI(-box) (staat voor Direct Injection) vormt een ongebalanceerd signaal om naar een gebalanceerd signaal (zie uitleg onder Kabels).
Als een instrument een jack-output heeft, kan je er vanuit gaan dat een DI-box nodig is. Een DI wordt vaak gebruikt bij gitaren. De laptop heeft ook een DI nodig om de audio aan te sluiten op de stagebox.
Wij hebben twee soorten DI-box, de linker voor een mono kanaal, bijvoorbeeld een gitaar. De rechter DI-box voor stereokanalen, bijvoorbeeld de laptop. Let bij de rechter DI op dat deze in de mode 2ch staat bij gebruik voor twee kanalen.
Sluit de DI via de output aan met XLR-kabel(s) op de stagebox. Fantoomvoeding (48V) vanuit de mengtafel is vereist om de DI te laten werken. Sluit het instrument met een jack-kabel aan op de DI-input.
DI’s hebben vaak extra functies, zoals een ground lift of signaalverzwakker. Met de signaalverzwakker (attenuation) wordt het signaal op een correct niveau gebracht als het signaal te luid is. Dit wordt vaak aangeduid met labeltjes zoals pad of -..db-knop. Als het geluid te zacht binnenkomt, kan het zo zijn dat het signaal nog gedempt wordt van een vorige dienst waarbij de DI gebruikt is. Zet de signaalverzwakker dan zonodig uit maar controleer wel eerst of het kanaal op de mengtafel gemute is, anders is het ineens 20dB harder. Met de “ground lift”-functie kan ruis of storing weggenomen worden als er een zogenaamde aardlus ontstaan is.
Ook hebben de DI-boxes een link-out, waarmee het ruwe signaal naar een eigen monitor gestuurd kan worden. Dit gebruiken we bijvoorbeeld bij het aansluiten van het drumstel (zie Drumstel). Onze stereo-DI’s kunnen kunnen alleen in mono gebruik maken van de link mode. Gebruik in dat geval een tweede DI voor het andere signaal. Zorg bij de stereo DI dat de schakelaar bij mode op link staat.
Tip
Als er ruis uit een instrument komt dat aangesloten is op een DI, kunnen er een aantal oorzaken zijn. Zorg dat voor het uitvoeren van onderstaande acties het signaal op de mengtafel op mute staat, anders kan er ineens een luid signaal door de boxen komen.
Controleer allereerst of alle kabels goed ingeplugd zijn. Als jack-aansluitingen niet volledig aangesloten zijn ontstaat ruis.
Ten tweede kan er een aardlus ontstaan zijn. Deze kan weggenomen worden door het knopje voor de ground-lift om te zetten.
Ten derde kan het zo zijn dat het signaal teveel verzwakt wordt door de signaalverzwakker. Experimenteer door deze uit te zetten en het signaal op de mengtafel zachter te zetten in plaats van bij de DI.
Gebalanceerde instrumenten
Elektrische instrumenten hebben vaak een gebalanceerde audio-uitgang. Deze kunnen rechtstreeks aangesloten worden op de stagebox. Onze eigen piano is een voorbeeld van een instrument met een gebalanceerde audio-uitgang.
Sommige artiesten hebben effectenkastjes in gebruik. Veel van deze kastjes hebben gebalanceerde audio-uitgangen.
Tip
Twijfel je? Schaam je niet en vraag het de artiest. Hij kent zijn eigen instrument vaak het beste.
Weet de artiest het ook niet? Vaak staat het bij de audio-uitgang op zijn instrument/effectenkast. De handleiding van het instrument/apparaat vermeld het meestal ook. Houdt anders de volgende vuistregel aan: jack-aansluiting = ongebalanceerd, xlr-aansluitingen = gebalanceerd.
Onversterkte instrumenten (microfoon)
Als laatste zijn er nog de instrumenten die geen audio-uitgang hebben. Deze instrumenten moeten met een microfoon versterkt worden. Voorbeelden hiervan zijn blaasinstrumenten, trommels of (steeds minder) snaarinstrumenten.
Wij hebben twee soorten microfoons: Dynamisch en Condensator. De dynamische varianten hebben geen voeding nodig. En omdat ze niet heel erg gevoelig zijn, lenen ze zich bij uitstek voor luide instrumenten, zoals drums, blaasinstrumenten en gitaarversterkers. Condensator-instrumentmicrofoons hebben wel fantoomvoeding nodig. Ze zijn veel gevoeliger dan dynamische microfoons en ze hebben over het algemeen een natuurlijker klank. Dit maakt ze geschikt voor bijvoorbeeld akoestische snaarinstrumenten, fluit en akoestische piano. [1]
Let bij het kiezen van de microfoon ook op de richtingskarakteristiek. Cardioïde microfoons pikken het meeste op aan de voorkant en het minst aan de achterkant. Door de microfoon goed op je instrument te richten, voorkom je overspraak en feedback. Handig als je bijvoorbeeld een floor monitor recht voor je hebt liggen. Supercardioïde en hypercardioïde microfoons zijn gerichter dan gewone cardioïde modellen, maar pikken ook een klein beetje op aan de achterkant. Ze zijn het minst gevoelig voor geluid dat schuin van achteren komt. Handig als je je instrument nog beter wilt isoleren van je podiumgenoten. Omnidirectionele microfoons pikken geluid op uit alle richtingen. Hierdoor klinken ze erg natuurlijk, zelfs als je de microfoon heel dicht bij het instrument zet. [1]
Wij hebben twee microfoons in gebruik. De Sennheiser E845, een dynamische microfoon met een supercardioide richtingskarakteristiek. Daarnaast hebben we een aantal Behringer C2tjes, condensatormicrofoons met een cardioide richtingskarakteristiek. Verder hebben we nog een drumkit, met microfoons speciaal geschikt voor een akoustich drumstel. Verder hebben we nog wat oudere Behringer en merkloze zangmicrofoons, die enkel gebruikt worden als de rest al in gebruik is.
Gelukkig hebben veel artiesten zelf microfoons voor hun eigen onversterkte instrument.
Cheatsheet microfoonkeuze
Akoestische Gitaar: Behringer C2 gericht op het gat in de klankkast.
Klarinet: Sennheiser E845 haaks op 1/3e van het instrument gericht, ongeveer 30cm afstand tot het instrument.
Trompet: Sennheiser E845 gericht op het gat aan de onderkant.
Viool: Behringer C2 gericht op de gaten in de klankkast.
Cajon: Bassmic uit de drumkit gericht op het gat achterin de cajon. Een tweede microfoon wordt vanaf de zijkant op het voorste deel van de cajon gericht (ter hoogte van de interne snaren). Met behulp van de EQ wordt het geluid mooi gemixt.
Dwarsfluit: Behringer C2 gericht vanaf boven naast het hoofd van de fluitist, op de fluit.
Panfluit: Behringer C2 gericht vanaf schuin boven diagonaal op de bovenkant van de pijpjes.
Akoestische piano: Twee Behringer C2tjes. Eén boven de snaren voor de hoge tonen, en één boven de snaren van de lage tonen.
Akoestisch drumstel: Drumkit voor de Bas, Snare en Toms. 2 Behringer C2tjes als overhead microfoons.
Bronnen