Kabels
Vrijwel alle aansluitingen bestaan uit een paar. Een mannetje en een vrouwtje. Dit is makkelijk te onthouden aangezien een mannetje het uiteinde is met de pinnen en het vrouwtje het uiteinde waar het gat zit. Bij sommige kabels zijn de aansluitingen vrijwel alleen mannetjes (jack/tulp), waar bij andere kabels het signaal vrijwel altijd van vrouwtje naar mannetje verloopt (XLR of een normaal verlengsnoer).
Een samenvatting van de verschillende types aansluitingen en waarvoor ze gebruikt worden staat uitgelegd op de pagina Aansluitingen
Afrollen en aansluiten
Begin het afrollen van een kabel op het podium altijd bij de stagebox. Dit voorkomt dat alle overtollige kabels op één hoop in de knoop komen te zitten.
Kijk voor het afrollen naar de kabel en de plugs. Kijk of de plug toevallig door de rol heen is gevallen en los dat op voordat je start met afrollen. Als je verzekerd bent dat de plugs op de goede plek zitten, start met afrollen. Doe dat lus voor lus.
Meestal zal de kabel te lang zijn. Leg de overtollige kabel netjes opgerold bij de aansluiting (microfoon/di/speaker). Dit geeft speling zodat de gebruiker kan verplaatsen zonder dat hij gelimiteerd is aan de lengte van de kabel.
Probeer kabels zo veel mogelijk naast elkaar te leggen in een rechte strakke lijn. Dit zorgt voor een opgeruimd podium. Ook kan op deze manier efficient gebruik gemaakt worden van tape op plekken waar mensen over kabels heen moeten stappen.
Tip
Bij veel apparaten zit een aanduiding waar de bovenkant van de plug moet. Dit kan een schroefje zijn, maar ook een logo of uitsparing. Dit maakt het makkelijk om snel een kabel in te pluggen.
Oprollen en opruimen
Na gebruik is het oprollen en opruimen van de kabels ook niet onbelangrijk. Rol de kabels netjes op. Maak lussen van ongeveer dertig centimeter en voorkom dat er draaien of achtjes in de opgerolde kabels zitten. Als de kabels door anderen netjes afgerold zijn, is het vaak voldoende om een kleine slag mee te geven bij het oprollen. Gebruik het klittenbandje op de kabel om de rol bij elkaar te houden, hiermee zal de kabel niet in de knoop komen op de kar.
Spreek elkaar er op aan als kabels niet netjes opgerold worden. Als iedereen dit netjes doet, is het ook sneller en plezieriger opbouwen.
Als een kabel in de knoop zit of heel erg gedraaid is kan het helpen om deze over een lange lengte helemaal uit te leggen, bijvoorbeeld door een middenpad tot achterin de zaal. Als iemand moeite heeft met oprollen, help dan even om de draaien uit de kabel te halen.
Onafhankelijk van de meningen over verschillende manieren van oprollen maken wij gebruik van de over-over-techniek. Dit is voornamelijk omdat iedereen dit gewend is en omdat het makkelijk is aan te leren als er (nieuwe) mensen meehelpen.
Waarschuwing
Controleer voor het ontkoppelen of de betreffende kanalen op mute staan. Dit voorkomt ongewenste ‘ploppen’ in de geluidsinstallatie. Een goed gebruik is om alle kanalen op de mengtafel te muten, daarna kunnen alle kabels uit de stagebox gehaald worden. Start vervolgens met oprollen aan de microfoon/instrumentzijde.
Mono/Stereo, gebalanceerd en ongebalanceerd
Er kunnen verschillende soorten signalen over één of meerdere kabels lopen. Er zit verschil in Mono (enkel) of Stereo (dubbel / links&rechts). Een microfoon is een mono signaal. Als er twee microfoons gebruikt worden, waarvan er één links, en één rechts op de ontvanger gericht staat, is dit nog steeds twee keer een mono signaal. Op de mengtafel kan dit signaal vervolgens omgevormd worden naar een stereo signaal. Bij het aansluiten van een telefoon aan de mengtafel wordt gebruikgemaakt van een enkele kabel, toch wordt over deze kabel een stereosignaal verzonden.
Daarnaast kan het signaal gebalanceerd zijn of ongebalanceerd. Een gebalanceerd signaal is minder gevoelig voor storingen waardoor het een langere afstand kan afleggen. Hoe dit werkt is in de volgende video uitgelegd: